over uithoorn
BRON : WIKIPEDIA
Rond het Rechthuis (het gebouw waar de Proost rechtszittingen hield) is in de de loop der tijd een kleine nederzetting ontstaan, die de naam Uithoorn kreeg. Circa 1 kilometer ten noorden hiervan lag de (destijds grotere) buurtschap Thamen. De bestaansmiddelen bestonden uit landbouw en veeteelt. Het eerste werd, door de gestage bodemdaling, steeds moeilijker. Vanaf circa 1600 nam turfwinning in betekenis toe. Als gevolg hiervan ontstonden grote veenplassen, die eerst veel later ingepolderd werden.
Bij de inval van de Franse troepen in 1672 kwam Uithoorn aan de frontlinie te liggen. Er werden versterkingen opgeworpen; de huidige straatnaam Schans herinnert hier nog aan. Tijdens de Bataafse Republiek werden Thamen en Uithoorn samengevoegd tot één gemeente Uithoorn.
De economische ontwikkeling bleef beperkt; hierin kwam in het midden van de negentiende eeuw verandering door de komst van enige (onder meer chemische) industrie. De drooglegging van een aantal grote plassen leverde aan het eind van de negentiende eeuw extra landbouwgrond op. Met name in De Kwakel werd veel tuinbouw gevestigd. Vanaf circa 1885 werden rond Uithoorn diverse fortificaties van de Stelling van Amsterdam aangelegd.
Twintigste eeuw
In 1915 werd Uithoorn op het spoorwegnet van de Haarlemmermeerspoorlijnen aangesloten en kreeg een station. De aanleg van de provinciale weg Haarlem – Hilversum (de huidige N 201) betekende een doorsnijding van Uithoorn. Over de Amstel werd een grotere brug gebouwd (de huidige Prinses Irenebrug), die op 2 september 1939, daags na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in gebruik werd genomen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd door burgemeester C.M.A. Koot en de stedenbouwkundige prof. H. Wieger Bruin een schets voor een structuurplan voor de naoorlogse ontwikkeling opgesteld, dat in de jaren '50 en '60 in grote lijnen is uitgevoerd.
Vanaf 1948 werd de wijk Thamerdal gebouwd, vanaf circa 1960 de wijk Zijdelwaard, vanaf 1972 de wijk Legmeer, alle ten noorden van de N 201. Vanaf 1985 werd ook ten zuiden van de N 201 gebouwd, in de wijken Meerwijk-West en Meerwijk-Oost. In 1991 werd een nieuw winkelcentrum gebouwd aan het Amstelplein, ten koste van een groot deel van de oorspronkelijke bebouwing. Daarvan resteren nog slechts een aantal huizen aan de Schans. Aan het eind van de twintigste eeuw werden woningen gebouwd rond het (verplaatste) busstation.
Een deel van de sedert 1950 niet meer voor reizigersvervoer en sinds 1986 voor goederenvervoer gebruikte oude spoorlijn (Aalsmeer – Mijdrecht) werd verbouwd tot busbaan, waarbij de Amstel wordt overgestoken via de oude spoorbrug. Vanaf het busstation in Uithoorn tot vlak voor Mijdrecht beschikt het openbaar vervoer daarmee over een vrije busbaan, die slechts in één rijrichting (steeds tegengesteld aan de file) gebruikt wordt. In het begin van de 21e eeuw werden woningen gebouwd op het voormalige terrein van de plaatselijke voetbalvereniging Legmeervogels, die de beschikking kreeg over een nieuw sportpark. Rond dit sportpark werden in 2007 eveneens woningen gebouwd.
Een onderwerp dat de gemoederen van de plaatselijke politiek reeds decennia bezighoudt is de drukte op de N 201 en de plannen voor omlegging daarvan, buiten de bebouwde kom van Uithoorn. Reeds in 1957 werd in de Tweede Nota op de Ruimtelijke Ordening een dergelijke omlegging geprojecteerd. Sedertdien is de bebouwde kom van Uithoorn een "flessenhals" in deze verbinding gebleken, met dagelijks lange files tot gevolg. Argumenten tegen omlegging waren (en zijn) de aanmerkelijke kosten ervan, die in 2003 geraamd werden op circa 700 miljoen euro (onder meer wegens de nieuwe bruggen over de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder bij Aalsmeer en over de Amstel ten noorden van Uithoorn/Amstelhoek), en de aantasting van het open landschap ten noorden van Uithoorn. Tot omlegging is inmiddels besloten.

